Zie De Vide – ‘het peil zakt’


Zie De Vide, an art project in Theatre Hengelo, curated by Pier van Dijk
‘het peil zakt’ – 2020
Onno Dirks (fotography and drawing, Ria Geerdink fused glass and drawing



09-02-2020
Beste Onno en Ria, geachte aanwezigen.
Zeven jaar geleden exposeerden Onno Dirks en Ria Geerdink onder de noemer Geen titel in de presentatie- annex ontmoetingsruimte Salão Arte No Pendor van collega beeldend kunstenaar Tony Boiso in Hengelo.
Ik schreef erover in de Roskam, het onafhankelijk weekblad voor Twente dat 21 jaar heeft bestaan en voor welk blad ik zijn laatste acht jaar heb geschreven over beeldende kunst, onder de naam Dora Brandt, ontleend aan mijn officiële naam en de achternaam van mijn moeder.
‘Geen titel’ toonde ‘hoe het werk van Dirks en Geerdink elkaar ontmoet en aanvult, wat tot boeiend samengaan met behoud van eigenheid leidt’, citeer ik hierbij mezelf in 2013.
Graag wil ik vandaag met u kijken hoe het er nu voorstaat met zowel het individuele, als het samenwerkingswerk van het kunstenaarsechtpaar.
 
Te beginnen links van de loopbrug geeft Dirks een krachtig statement af onder de dakspanten en ten opzichte van de raamkozijnen en spijlen, met zijn zwevende collage van vijf grote fotowerken die de hele ruimte vult.
Alle foto’s zijn analoog afgedrukte foto’s van binnenruimten, waarbij het steeds gaat om de raampartijen, die zijn van wezenlijk belang.
Het uit vier fotobeelden opgebouwde achterste werk dat, anders gepresenteerd onlangs in Műnster te zien was, toont een ruimte met merkwaardige boven- en zijramen in Hof ‘88 in Almelo, er is een koepel van een huis in Boedapest en alle andere ramen zijn van het Rijksmuseum Twente, je blik trekt er naar het plafond, het werkt als een kamer, als een kijkdoos.
De ophanging is schots en scheef, levert een informeel lijnenspel op.
De plaatsing achter elkaar ‘zet je brein in de stand van perspectiefbeleving’ (zegt Geerdink).
Inderdaad; het kijken wordt de diepte ingezogen en voor wie er dan toevallig is, tovert de zon er tijdelijke schaduwdimensies bij.
Dirks heeft getekend in de foto’s en getekend naar aanleiding van de foto’s.
Het zwarte vierkant bijvoorbeeld, het klopt niet maar toch ook weer wel, daaronder een Du Buffet-achtige belijning, vanuit de koepel zwierende lijnen en lijnenbundels laten binnenruimten naar buiten reiken. Onopvallend maakt kleur deel uit van de tonen van de zwart/wit fotografie.
.
De installatie rechts van de loopbrug is eveneens van Dirks die als documentair architectuur-fotograaf veel teloorgegaan Twents industrieel en cultureel goed fotografeerde en in boekvorm vastlegde.
Hier betreft het twee grote, tot stroken versneden foto’s van het vroegere Concertgebouw, een van de Grote en een van de Kleine Zaal, genomen tijdens de sloop in 1998. 
De ranke zwarte palen tonen fragmenten van wat eens tot het interieur behoorde, een stukje vloer, een deel van een branddeur, iets van een muur…
Dirks heeft ingegrepen op het licht of donker van de fragmentarische fotostroken door toevoegingen in ruw afstekend wit op de zwarte zijden van de palen; een scheur in de muur of een latje loopt door, een strip op de grond wordt aangevuld, een roostermotiefje herhaald, er zijn talrijke motiefjes, merktekens, symbolen die samen een magisch handschrift vormen.
Wie erg zijn best doet met kijken, zou vanuit een bepaalde hoek wellicht in staat zijn een glimp op te vangen van de foto als geheel.


Na dit uitgesproken verticale werk dient zich een prachtig serene horizon aan van achttien gezamenlijke werken, waarbij Dirks en Geerdink zich op elkaars werk hebben gebaseerd.
Dat klinkt enigszins verwarrend en dat is het ook!
Dirks heeft een glasobject van Geerdink gefotografeerd en zij heeft deze foto’s zo geraffineerd in de toon van de foto betekend dat je nauwelijks kunt zien wat tekening is of foto.
Het kijken ernaar lokt deze vraag als vanzelf uit omdat Geerdink, altijd op zoek naar verdieping van de eigen beeldtaal, bewust dat grensvlak opzoekt en de mogelijkheden daarvan graag exploreert.
Wat denk je te zien, wat zie je echt?
Geerdinks gefotografeerde glasobject is van zeven jaar geleden, de cirkel als oog, lens, was toen verbindend voor gezamenlijk werk maar is ook in deze context relevant. 
De cirkel als oervorm is onlosmakelijk verbonden met haar beeldend werk en haar beroep als tekentherapeute.
De betekende foto’s zijn opgebouwd uit sobere beeldelementen die volkomen onvoorspelbaar en zonder tot een patroon te worden, terugkeren op elk werk.
Het tere, associaties oproepende blauw dat over de hele linie een rol speelt, geeft ruimte en verstilling aan het totaal dat een verhaal van onderzoek vertelt.


Tenslotte dan het individuele werk van Geerdink, glasobjecten uitgestald op twee grote, hangende plateaus die samen een bascule lijken te vormen.
Een bijzondere presentatievorm die ook nog eens verwijst naar hoe het werken met glas noodzaakt tot nadenken over balans.


Op het laagste plateau liggen twee bundels ten dele omgeven door een gruizig, korrelig, maar knisperfris ogend glazen omhulling. De tekeningen op beide bundels, eigenlijk abstracte kalligrafieën, hier als schrijven zonder betekenis, schrijven puur om de schoonheid van het schrift, verbeelden binnen- en buitenzijde, donker en licht en daar dient zich en passant een fotografisch principe aan.
Geerdink houdt van bundels, als samenstelling van ideeën, samenballing van beelden, het oproepen van het ene beeld door het andere.


Op het wat hogere plateau is de ruimte gevangen in een glazen vierkant, aangeduid door hoeken die van binnen naar buiten steeds kleiner worden.
Je zou liefst van bovenaf uit de nok erin willen kijken.
Daarbinnen heerst stilte…
Als iets haar fascineert is het wel STILTE.


Het wordt dus tijd dat mijn verhaal tot stilstand komt.


Hierbij verklaar ik  de tentoonstelling van Onno Dirks en Ria Geerdink voor geopend.


Dora Brandt